ECLI:NL:RBSGR:2005:AS8270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis wegens overschrijding schorsingstermijn
Verzoeker, verdacht van zware mishandeling van zijn (ex-)echtgenote, verkeert sinds 9 augustus 2004 in voorlopige hechtenis. Tijdens de behandeling van zijn zaak werd de inhoudelijke behandeling uitgesteld en het onderzoek ter zitting geschorst voor maximaal één maand. Deze termijn liep op 23 februari 2005 af, maar de inhoudelijke behandeling was gepland op 28 februari 2005, waardoor de schorsingstermijn werd overschreden.
Verzoeker vroeg de raadkamer de voorlopige hechtenis per 23 februari 2005 op te heffen en hem onmiddellijk vrij te laten. De raadsman stelde dat het niet nakomen van de schorsingstermijn automatisch tot opheffing moest leiden. De voorzitter van de raadkamer volgde dit niet en overwoog dat het verzuim gecompenseerd moet worden, maar niet noodzakelijkerwijs door opheffing van de hechtenis.
De voorzitter merkte op dat de termijn slechts enkele dagen was overschreden en dat verzoeker en zijn raadsman hiervan op de hoogte waren zonder actie te ondernemen. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat de zwaarwegende gronden voor voorlopige hechtenis zwaarder wegen dan de inbreuk door de termijnoverschrijding. Het verzoek tot opheffing werd daarom afgewezen, met de kanttekening dat compensatie mogelijk is en door de zittingsrechter moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege zwaarwegende gronden en geringe termijnoverschrijding.