ECLI:NL:RBSGR:2005:AS8361
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring vreemdeling
Verzoeker, sinds 1997 als vluchteling toegelaten tot Nederland, kreeg in 2005 zijn verblijfsvergunning ingetrokken en werd ongewenst verklaard op basis van vermoedens van valse identiteit en een gevaar voor de nationale veiligheid.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet evident is dat het besluit tot intrekking standhoudt, mede omdat verzoeker een risico stelt te lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Daarom wordt verweerder verboden verzoeker uit te zetten zolang het beroep loopt.
Het verzoek tot schorsing van de ongewenstverklaring wordt afgewezen omdat het belang van nationale veiligheid zwaarder weegt en verzoeker inmiddels in bewaring is gesteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt de absolute bescherming van artikel 3 EVRM Pro en de zorgvuldige belangenafweging tussen individuele rechten en nationale veiligheid. Het beroep tegen de intrekking en ongewenstverklaring wordt afgewacht voordat uitzetting kan plaatsvinden.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet zolang het beroep tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning loopt; schorsing van de ongewenstverklaring wordt afgewezen.