ECLI:NL:RBSGR:2005:AS9656
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming wegens niet-kenbare toegangsweigering vreemdeling
Eiser werd op 8 november 2004 strafrechtelijk aangehouden en de toegang tot Nederland werd geweigerd, maar deze weigering werd niet kenbaar aan hem gemaakt. Van 8 tot 11 november 2004 was eiser onrechtmatig vrijheidsberovend vastgehouden. Na zijn vrijlating op 11 november werd hij direct overgedragen aan grenspersoneel en herbeschikt van artikel 7 naar Pro artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), maar dit was niet rechtens juist omdat de toegangsweigering niet kenbaar was.
De rechtbank stelde vast dat eiser onrechtmatig van zijn vrijheid was beroofd van 11 november tot 9 december 2004. Verweerder erkende fouten en bood een vergoeding aan, maar stelde dat een eerdere onrechtmatige maatregel de daaropvolgende niet onrechtmatig maakte. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat de gehele periode van vrijheidsontneming onrechtmatig was.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van € 1.960,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tevens tot betaling van proceskosten van € 966,--. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd in het ongelijk gesteld.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontneming onrechtmatig was en kent eiser een schadevergoeding van € 1.960,-- toe.