ECLI:NL:RBSGR:2005:AS9685
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beroep gegrond wegens fictieve weigering in asielprocedure
Eiser diende in 1998 een asielaanvraag in die in 1999 werd afgewezen. Na meerdere bezwaar- en beroepsprocedures, waarbij besluiten werden ingetrokken en opnieuw genomen, ontstond een situatie van fictieve weigering doordat verweerder niet tijdig op bezwaarschriften besliste.
De rechtbank oordeelde dat met intrekking van de besluiten deze als nooit genomen moeten worden beschouwd, waardoor eiser nog steeds wacht op een beslissing. Dit leidt tot een fictieve weigering die gelijkgesteld wordt aan een besluit, waartegen beroep mogelijk is.
De rechtbank stelde vast dat het petitum van het beroep gewijzigd kan worden in een beroep tegen het niet tijdig beslissen, en dat procesbelang blijft bestaan ondanks openstaande rechtsmiddelen. Gezien de ruime overschrijding van beslistermijnen verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en bepaalde een termijn van zes weken voor verweerder om alsnog te beslissen.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als rechtspersoon voor griffierechtvergoeding. Tegen deze uitspraak staat voor een deel hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt verweerder binnen zes weken alsnog te beslissen op de bezwaarschriften.