ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0927
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onbillijkheid bij weigering verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige mvv
Eiseres, van Senegalese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd na het verlopen van haar geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Zij was in de veronderstelling dat zij eerst ingeschreven moest worden in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) voordat zij een aanvraag kon indienen. Deze inschrijving werd vertraagd door de noodzaak een nieuwe gelegaliseerde geboorteakte te overleggen.
Eiseres had zich binnen drie dagen na binnenkomst conform de Vreemdelingencirculaire 2000 aangemeld bij de korpschef, maar werd kennelijk niet in de gelegenheid gesteld om direct een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in te dienen. Dit leidde tot haar onjuiste veronderstelling en vertraagde indiening.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat geen sprake was van een onbillijkheid van overwegende aard zoals bedoeld in artikel 3.71, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. De gebrekkige gang van zaken bij de aanmelding was aan verweerder toe te rekenen. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 644,-. De uitspraak werd gedaan door rechter J.K.B. van Daalen op 4 maart 2005.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onbillijkheid door gebrekkige informatie bij aanmelding.