ECLI:NL:RBSGR:2005:AT1595
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Geerars
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid DNA-onderzoek bij veroordeelde in relatie tot privacyrecht
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een bezwaarschrift tegen het bevel van de officier van justitie om DNA-materiaal af te nemen en te verwerken van een veroordeelde die in eerste aanleg was veroordeeld voor zedenmisdrijven. De raadsman stelde dat het bevel in strijd was met het recht op privacy zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro, omdat het DNA-onderzoek plaatsvond zonder onherroepelijke veroordeling.
De rechtbank overwoog dat het bevel gebaseerd is op de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, die expliciet voorziet in het gebruik van DNA-profielen ter opsporing en vervolging van strafbare feiten. Het DNA-profiel wordt slechts gebruikt als identificatiemiddel en het bijhouden van deze gegevens is volgens vaste jurisprudentie noodzakelijk in een democratische samenleving.
Hoewel de betrokkene nog niet onherroepelijk veroordeeld was, achtte de rechtbank de inmenging in het recht op privacy gerechtvaardigd en niet strijdig met artikel 8 EVRM Pro. Tevens wees de rechtbank het verzoek af om het gebruik van DNA-gegevens te verbieden tot onherroepelijke beslissing in de strafzaak. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bevel tot het afnemen en verwerken van het DNA-profiel is niet strijdig met artikel 8 EVRM en het bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard.