ECLI:NL:RBSGR:2005:AT2951
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing tenuitvoerlegging tuchtrechtelijke schorsing advocaat wegens resultaatgerelateerde beloning
Eiser, een advocaat gespecialiseerd in letselschadezaken, werd door het Hof van Discipline geschorst wegens diverse tuchtrechtelijke verwijten, waaronder het maken van verboden resultaatgerelateerde beloningsafspraken (no cure no pay). Eiser verzocht de civiele rechter om schorsing van de tenuitvoerlegging van deze schorsing totdat op zijn herzieningsverzoek zou zijn beslist.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het Hof van Discipline in principe de enige bevoegde is voor tuchtrechtelijke zaken, het spoedeisende karakter van het verzoek aan de civiele kortgedingrechter ontvankelijkheid gaf. De rechtbank onderzocht of er voldoende grond was om vooruit te lopen op een mogelijke herziening van het Hof, maar vond dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het Hof zijn eigen uitspraak zou herzien.
Met name de mededingingsrechtelijke argumenten van eiser, waaronder een advies van de Raad van State en een rapport van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, werden niet als nieuwe feiten beschouwd die tot herziening konden leiden. Ook het verwijt van bedrog werd verworpen wegens gebrek aan concrete feiten. De vordering tot schorsing werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de tuchtrechtelijke schorsing wordt afgewezen.