ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3276
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige hernieuwde vreemdelingenbewaring zonder gewijzigde omstandigheden
De vreemdeling werd op 11 oktober 2004 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft deze bewaring op 28 januari 2005 opgeheven vanwege een procedureel gebrek bij verweerder. De vreemdeling werd echter niet in vrijheid gesteld, maar zat direct een strafrechtelijke detentie uit. Na afloop hiervan is hij op 9 februari 2005 opnieuw in vreemdelingenbewaring gesteld op dezelfde gronden als de eerder opgeheven bewaring.
De rechtbank stelt vast dat de opheffing van de eerste bewaring niet tot daadwerkelijke invrijheidstelling heeft geleid en dat de hernieuwde bewaring onrechtmatig is omdat er geen gewijzigde omstandigheden zijn die deze rechtvaardigen. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie die stelt dat een hernieuwde bewaring alleen gerechtvaardigd is bij gewijzigde omstandigheden.
Gelet op de onrechtmatigheid van de hernieuwde bewaring kent de rechtbank de vreemdeling schadevergoeding toe over de periode van 9 tot en met 17 februari 2005, gebaseerd op richtlijnen voor immateriële schadevergoeding bij voorlopige hechtenis. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak is gedaan door rechter Potters op 17 maart 2005.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de hernieuwde vreemdelingenbewaring onrechtmatig is en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan de vreemdeling.