ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3842
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending hoor- en wederhoor
Eiser, een vreemdeling uit de Democratische Republiek Congo, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Verweerder wees de aanvraag af op basis van een voornemen waarin een krantenartikel over de situatie in Congo werd betrokken, maar waarin werd gesteld dat het artikel niet specifiek op eiser van toepassing was. Eiser wees erop dat zijn naam in het artikel werd genoemd, waarna verweerder in het besluit stelde dat het artikel niet betrouwbaar was en niet overeenkwam met eisers verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder door de zienswijze van eiser tot een andere beoordeling van feiten was gekomen die van aanmerkelijk belang zijn voor de beslissing. Verweerder had daarom een nieuw voornemen moeten uitbrengen om eiser de gelegenheid te geven hierop te reageren. Het nalaten hiervan is in strijd met artikel 3:119 van Pro het Vreemdelingenbesluit 2000 en artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
De zaak betreft de toetsing van het asielrelaas, de geloofwaardigheid van de verklaringen, het ontbreken van documenten ter staving van identiteit, en de toepassing van het hoor- en wederhoor-beginsel in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege schending van het hoor- en wederhoor-beginsel.