ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3848
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs herkomst
Eiser, van Soedanese nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan op grond van asiel vanwege vervolging en mishandeling in zijn land van herkomst. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas en onvoldoende bewijs van herkomst. De rechtbank toetste of verweerder zijn oordeel redelijk had gemotiveerd en of het besluit aan de vereisten van zorgvuldigheid en kenbaarheid voldeed.
Tijdens de procedure stelde eiser voor het eerst dat zijn plaats van herkomst anders gespeld moest worden, maar dit werd te laat ingebracht en daarom niet in de beoordeling betrokken. Verweerder mocht de motivering niet ter zitting aanvullen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende informatie gaf over zijn leefomgeving en reisroute, en dat het ontbreken van reisdocumenten aan hem toe te rekenen was. De stelling dat verweerder een taalanalyse had moeten verrichten werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht oordeelde dat het asielrelaas ongeloofwaardig was en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs van herkomst.