ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3886
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Eisers niet ontvankelijk in vorderingen tegen Belastingdienst inzake vaststellingsovereenkomsten inkomstenbelasting 2003
Eisers, ondernemers van het woonwagencentrum Vinkenslag, vorderden primair dat de Belastingdienst de definitieve aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2003 vaststelt conform een eerdere overeenkomst. Subsidiair verzochten zij om vaststelling zonder toepassing van omkering van de bewijslast, en meer subsidiair om een verbod op de stelling dat zij geen vereiste aangifte hadden gedaan.
De Belastingdienst had vanaf 1993 afspraken met eisers over fiscale verplichtingen, met een laatste overeenkomst uit 2000 die stilzwijgend verlengd werd tot 2002 en formeel beëindigd per 1 januari 2003. In 2003 werd op basis van vertrouwen een overgangsregeling getroffen, maar later door de Staatssecretaris als niet aanvaardbaar beoordeeld en beëindigd. Eisers deden zogenoemde 'post-it'-aangiften, die de Belastingdienst niet als vereiste aangifte erkent.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de beoordeling van deze fiscale kwesties voorbehouden is aan de fiscale rechter, die voldoende waarborgen biedt. Eisers zijn daarom niet ontvankelijk in hun vorderingen bij de civiele rechter. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten van de Belastingdienst.
Uitkomst: Eisers worden niet ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.