ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4167
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering afwijzing asielaanvraag Eritrese verzoeker
Een Eritrese asielzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst werd afgewezen. De verzoeker stelde dat hij bij gedwongen uitzetting een reëel risico loopt op foltering en onmenselijke behandeling, verwijzend naar het ambtsbericht Eritrea van mei 2004 en recente jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de informatie over terugkeer in het ambtsbericht niet van invloed kon zijn op de beoordeling van de situatie van verzoeker.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van verzoeker over zijn detentie en ontsnapping uit een militair kamp niet volledig geloofwaardig waren, maar dat dit niet afdoet aan het feit dat het ambtsbericht algemene kenmerken beschrijft die ook op verzoeker van toepassing kunnen zijn. Verweerder had nagelaten deze informatie adequaat te betrekken bij de besluitvorming. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en werd verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen, omdat de hoofdzaak de afwijzing van het asielverzoek betrof en de rechtbank geen aanleiding zag voor een voorlopige maatregel. Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.