ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4182
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduring vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De vreemdelinge, een vrouw van Ecuadoriaanse nationaliteit verblijvend in een opvanglocatie te Amsterdam, werd op 10 februari 2005 de toegang tot Nederland geweigerd en op 11 februari 2005 werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Tegen deze maatregel werd op 15 februari 2005 beroep ingesteld, dat op 7 maart 2005 ongegrond werd verklaard door dezelfde rechtbank.
Verweerder heeft de rechtbank op 9 maart 2005 geïnformeerd over de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel, zoals vereist op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Echter, per 1 september 2004 is een wetswijziging in werking getreden die de verplichting van verweerder om na ongegrondverklaring van het eerste beroep periodiek kennis te geven van voortduren van de maatregel heeft komen te vervallen.
De vreemdelinge heeft geen nieuw beroep ingesteld tegen de voortzetting van de maatregel. De rechtbank oordeelt daarom dat het huidige beroep niet-ontvankelijk is, omdat de wettelijke kennisgevingsplicht van verweerder niet meer geldt en de vreemdelinge zelf geen beroep heeft ingesteld. De rechtbank sloot het onderzoek en bepaalde dat behandeling ter zitting achterwege blijft.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage op 23 maart 2005 en is niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt niet-ontvankelijk verklaard.