ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4182

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
23 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 05/10755
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 VwArt. 6 VwArt. 94 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voortduring vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling

De vreemdelinge, een vrouw van Ecuadoriaanse nationaliteit verblijvend in een opvanglocatie te Amsterdam, werd op 10 februari 2005 de toegang tot Nederland geweigerd en op 11 februari 2005 werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Tegen deze maatregel werd op 15 februari 2005 beroep ingesteld, dat op 7 maart 2005 ongegrond werd verklaard door dezelfde rechtbank.

Verweerder heeft de rechtbank op 9 maart 2005 geïnformeerd over de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel, zoals vereist op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Echter, per 1 september 2004 is een wetswijziging in werking getreden die de verplichting van verweerder om na ongegrondverklaring van het eerste beroep periodiek kennis te geven van voortduren van de maatregel heeft komen te vervallen.

De vreemdelinge heeft geen nieuw beroep ingesteld tegen de voortzetting van de maatregel. De rechtbank oordeelt daarom dat het huidige beroep niet-ontvankelijk is, omdat de wettelijke kennisgevingsplicht van verweerder niet meer geldt en de vreemdelinge zelf geen beroep heeft ingesteld. De rechtbank sloot het onderzoek en bepaalde dat behandeling ter zitting achterwege blijft.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de rechtbank 's-Gravenhage op 23 maart 2005 en is niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.

Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank ’s-Gravenhage
nevenzittingsplaats Haarlem
enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken
U I T S P R A A K
ex artikel 96 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw)
reg.nr: AWB 05 / 10755 VRONTN J
inzake: A, geboren op [...] 1969, van Ecuadoriaanse nationaliteit, mede ten behoeve van haar minderjarige dochter B, geboren op [...] 2002, beiden verblijvende in het Grenshospitium te Amsterdam, hierna te noemen: de vreemdelinge,
als raadsman van de vreemdelinge treedt op mr. B.J. Manspeaker, advocaat te Dordrecht.
tegen: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder.
1. PROCESVERLOOP
1.1 Op 10 februari 2005 is de vreemdelinge ex artikel 3 Vw Pro op de luchthaven Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd. Ten aanzien van de vreemdelinge is op 11 februari 2005 de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6, eerste en tweede lid, Vw toegepast.
1.2 Laatstelijk bij uitspraak van 7 maart 2005 met kenmerk AWB 05/6770 VRONTN J heeft deze rechtbank en nevenzittingsplaats een eerder beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaard.
1.3 Bij kennisgeving van 9 maart 2005, ter griffie ontvangen op diezelfde datum, heeft de verweerder de rechtbank in kennis gesteld van de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel.
1.4 De rechtbank heeft op 10 maart 2005 van verweerder voortgangsgegevens met betrekking tot de uitzetting van de vreemdelinge ontvangen. Op 16 maart 2005 heeft verweerder de rechtbank aanvullende stukken doen toekomen.
1.5 Bij brief van 10 maart 2005 heeft de rechtbank de raadsman van de vreemdelinge in de gelegenheid gesteld binnen twee werkdagen na ontvangst van die brief schriftelijk te reageren en gemotiveerd aan te geven waarom behandeling van het beroep ter zitting niet achterwege kan blijven.
Bij brief van 11 maart 2005 heeft de raadsman bericht dat behandeling ter zitting achterwege kan blijven.
1.6 Vervolgens heeft de rechtbank het vooronderzoek op 16 maart 2005 gesloten en bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.
2. OVERWEGINGEN
2.1 Uit het dossier en de voortgangsgegevens blijkt het volgende. Verweerder heeft de rechtbank in kennis gesteld van de aan de vreemdelinge opgelegde vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vw Pro. Deze kennisgeving heeft verweerder gedaan ingevolge de verplichting ex artikel 96, eerste lid, Vw.
2.2 Per 1 september 2004 is de wetswijziging in werking getreden (Staatsblad 19 augustus 2004, 404) in verband met de wijziging van het stelsel van de rechterlijke toetsing van vrijheidsontnemende maatregelen. De wetswijziging houdt een wijziging in van de artikelen 94 en 96 Vw. Met deze wetswijziging is de verplichting van verweerder om de rechtbank na ongegrondverklaring van het eerste beroep periodiek kennis te geven van het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel komen te vervallen.
2.3 Op 15 februari 2005 is door de vreemdelinge beroep ingesteld tegen de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vw Pro. Dit beroep is bij uitspraak van 7 maart 2005 ongegrond is verklaard. In onderhavig geval was verweerder derhalve niet gehouden de rechtbank in kennis te stellen van de oplegging, dan wel voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel. Nu de vreemdelinge niet zelf beroep heeft ingesteld tegen de voortduring van de maatregel, is de rechtbank derhalve van oordeel dat het nu voorliggende beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
2.4 Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1 verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2005, in tegenwoordigheid van D.L. Meyer als griffier.
Afschrift verzonden op: 25 maart 2005
Coll:
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.