ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4506
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Gorter
- J. Ebbens
- C.M. Dijksterhuis
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning wegens persoonlijke en bewuste deelname aan mensenrechtenschendingen bij Afghaanse veiligheidsdienst
Eiser, voormalig officier bij de Afghaanse staatsveiligheidsdienst KhAD/WAD, werd de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geweigerd op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag wegens ernstige redenen voor persoonlijke en bewuste deelname aan mensenrechtenschendingen. Verweerder baseerde zich op een ambtsbericht van 29 februari 2000, waarin werd gesteld dat alle officieren van de KhAD/WAD betrokken waren bij martelingen en executies.
Eiser betwistte deze conclusies en voerde aan dat hij slechts administratief werk verrichtte en geen kennis had van misdrijven. De rechtbank concludeerde dat de verklaringen van eiser niet stroken met het ambtsbericht en dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat eiser zich schuldig had gemaakt aan de gedragingen als bedoeld in artikel 1F. Tevens oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij onder dwang werkte of dat hij een significante uitzondering vormde.
De rechtbank stelde echter vast dat verweerder niet voldoende had gemotiveerd waarom artikel 3 EVRM Pro niet van toepassing was, waardoor het besluit onvoldoende was gemotiveerd en daarom werd vernietigd. Ook werd geoordeeld dat artikel 3.77 Vreemdelingenbesluit 2000 niet van toepassing was op de ambtshalve beslissing. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar inhoudelijk blijft de weigering op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag gehandhaafd.