ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4644
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning wegens politieke vervolging en disproportionele straf in Turkije
Eiser, afkomstig uit Turkije en behorend tot de Alevitische bevolkingsgroep, vreesde terugkeer vanwege discriminatie, mishandeling en een zware gevangenisstraf wegens deelname aan een politieke protestactie. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en vier maanden, mede gebaseerd op bekentenissen onder marteling, wat de rechtbank als schending van artikel 3 EVRM Pro beoordeelde.
De rechtbank stelde vast dat het proces in Turkije niet eerlijk was, mede door mishandeling tijdens de rechtszitting en het gebruik van onder dwang verkregen verklaringen. De actie van eiser werd aangemerkt als een politieke manifestatie met een direct verband tussen het strafbare feit en het politieke doel, zonder disproportioneel geweld.
Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom het delict als commuun delict moest worden beschouwd en waarom de zware straf niet disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat eiser terecht als vluchteling moet worden aangemerkt en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens politieke vervolging en disproportionele straf.