ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4979
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank inzake beëindiging opvang asielzoekers na verblijfsvergunning
Verzoekers, asielzoekers met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, kregen mondeling te horen dat het COA hun opvangvoorzieningen zou beëindigen vanwege weigering van aangeboden woonruimte.
Zij stelden beroep in tegen deze mededeling en vroegen om een voorlopige voorziening om de beëindiging te voorkomen totdat de beroepen zijn beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de mondelinge mededeling geen besluit of beschikking in de zin van de Awb is, maar een feitelijke mededeling zonder rechtsgevolg.
De rechtbank stelde vast dat de verstrekkingen van rechtswege eindigen na verlening van een verblijfsvergunning en dat de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen de beëindiging zelf. Verzoekers kunnen uitsluitend een civiele vordering instellen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de beroepen werden ongegrond verklaard wegens onbevoegdheid van de rechtbank. De uitspraak werd direct in de hoofdzaak gedaan omdat nader onderzoek niet bijdraagt aan de beoordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.