ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5056
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens onvoldoende motivering mvv-vereiste bij medische noodsituatie
Verzoekster, met ernstige psychische problemen en in behandeling in Nederland, had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Deze aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Het geschil spitste zich toe op de vraag of verweerder het mvv-vereiste terecht aan verzoekster kon tegenwerpen gezien haar medische situatie.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht een advies uit waarin werd gesteld dat verzoekster in principe kan reizen, maar dat een gedwongen reis naar het land van herkomst werd afgeraden vanwege haar ernstige psychische klachten. Verweerder baseerde zijn besluit op het oordeel dat verzoekster in staat was te reizen en dat geen medische noodsituatie op korte termijn werd verwacht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het BMA-advies onvoldoende had betrokken bij zijn besluit, met name omdat het advies expliciet een gedwongen reis afraden. Daarnaast werd geoordeeld dat bij de beoordeling van het beroep op de hardheidsclausule alle omstandigheden, inclusief de gezondheidssituatie, in onderlinge samenhang moeten worden betrokken. Het besluit was onvoldoende gemotiveerd en het bezwaar had een redelijke kans van slagen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, met veroordeling van verweerder in de proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen vanwege onvoldoende motivering van het mvv-vereiste door verweerder.