ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5192
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens mvv-vereiste in vreemdelingenrecht
Verzoeker, een staatloze geboren in 1969, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met de beperking dat hij buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv die overeenkomt met het verblijfsdoel. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de werking van het besluit werd niet geschorst.
De voorzieningenrechter overwoog dat de afwijzingsgrond niet het ontbreken van een mvv op zich is, maar het ontbreken van een mvv die past bij het verblijfsdoel. De uitleg van verweerder dat een mvv buiten Nederland moet zijn aangevraagd en verleend met het beoogde verblijfsdoel is in strijd met de wet en haar strekking.
Daarom is ten onrechte aan het mvv-vereiste als zodanig getoetst, waardoor het bezwaar wel schorsende werking heeft. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen, waarbij verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt vergoed.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.C.J.A. Huijgens op 28 april 2005 en is niet vatbaar voor rechtsmiddel.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt toegewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.