ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5197
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. van Linschoten
- H. Gorter
- J. Ebbens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering disproportionaliteit en onderzoekplicht
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, heeft meerdere keren een verblijfsvergunning aangevraagd en bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een besluit. In eerdere uitspraken is vastgesteld dat eiser terecht artikel 1F VSV is tegengeworpen, waardoor hij geen verblijfsvergunning kan krijgen. Wel is erkend dat uitzetting naar Afghanistan in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro vanwege het risico op onmenselijke behandeling.
De kern van het geschil is of verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom het onthouden van een verblijfsvergunning niet disproportioneel is, mede gezien eisers hoge leeftijd, de verblijfsstatus van zijn echtgenote en zoon in Nederland, en de afhankelijkheid van zijn echtgenote van zijn verzorging. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze omstandigheden niet leiden tot een uitzonderlijke situatie.
Voorts heeft verweerder niet adequaat onderzocht of artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam verzet tegen uitzetting, terwijl de huidige ontwikkelingen in Afghanistan onzeker zijn. Ook het oordeel dat artikel 8 EVRM Pro niet is geschonden is onvoldoende gemotiveerd, aangezien verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat het gezinsleven buiten Nederland kan worden voortgezet zonder objectieve belemmeringen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning wordt vernietigd.