ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5393
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel en zicht op uitzetting in vreemdelingenrecht
Verzoekers, een Iraans echtpaar, zijn door de rechtbank geconfronteerd met een aanwijzing om zich te melden in het vertrekcentrum te Vlagtwedde in het kader van hun uitzetting. Zij voerden aan dat het opleggen van deze vrijheidsbeperkende maatregel onverantwoord zou zijn vanwege een medische noodsituatie en dat zij een reguliere verblijfsvergunningaanvraag hadden ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uit de overgelegde medische stukken geen acute medische noodsituatie bleek die het opleggen van de maatregel onverantwoord zou maken. Tevens is vastgesteld dat in het vertrekcentrum medische zorg beschikbaar is. Het enkele feit dat verzoekers een reguliere aanvraag voor een verblijfsvergunning zouden indienen, leidt niet tot het ontbreken van zicht op uitzetting.
De rechtbank stelde vast dat de asielaanvragen van verzoekers onherroepelijk waren afgewezen en dat de minister bevoegd was de aanwijzing te geven op grond van artikel 57 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter maakte gebruik van de bevoegdheid om direct in de hoofdzaak te beslissen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing tot verblijf in het vertrekcentrum wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.