ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5457
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. van As
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling mvv-vereiste bij gezinshereniging wegens ontbreken onbillijkheid
Eisers, van Kaapverdische nationaliteit, verzochten om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging bij hun moeder in Nederland, maar werden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder oordeelde dat geen vrijstelling op grond van de hardheidsclausule mogelijk was. Eisers voerden aan dat het stellen van het mvv-vereiste in hun situatie tot onbillijkheid leidt vanwege hun persoonlijke omstandigheden en verwezen naar artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat de aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd is. Ook achtte de rechtbank dat het belang van een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt dan het belang van eisers bij gezinshereniging, mede gelet op hun leeftijd, het feit dat zij het grootste deel van hun leven in Kaapverdië hebben doorgebracht en het ontbreken van een geldige mvv bij binnenkomst.
Verder concludeerde de rechtbank dat artikel 8 EVRM Pro in deze context slechts een beperkte rol speelt en dat geen bijzondere omstandigheden zijn die een belangenafweging rechtvaardigen. Eisers maakten ook bezwaar tegen de hoorplicht, maar de rechtbank vond dat verweerder op goede gronden van het horen kon afzien. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens het ontbreken van een geldige mvv wordt ongegrond verklaard.