ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5593
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag minderjarige wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Verzoeker, een minderjarige Indiase asielzoeker, diende op 17 februari 2005 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag binnen de AC-procedure af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, onder meer omdat verzoeker op eenvoudige vragen over zijn herkomst en woonomgeving geen antwoorden kon geven. Verzoeker werd tijdens de hoorzittingen niet bijgestaan door een rechtshulpverlener en gaf aan door stress en angst niet te kunnen antwoorden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht, mede gelet op het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000 dat bijzondere zorgvuldigheid vereist bij het horen van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Verweerder heeft niet onderzocht waarom verzoeker niet kon antwoorden en is voorbijgegaan aan mogelijke angstgevoelens. Daarom wordt het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel, die op 17 februari 2005 werd opgelegd en later is opgeheven, wordt ongegrond verklaard. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat deze maatregel onrechtmatig was of dat hem schadevergoeding toekomt. De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van €966.
De voorzieningenrechter besloot tevens het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen en gaf partijen de mogelijkheid tot hoger beroep binnen een week na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.