ECLI:NL:RBSGR:2005:AT6237
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mvv-vereiste en toepassing hardheidsclausule in vreemdelingenrecht
Eiser, van Liberiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner met arbeid vrij toegestaan. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser voerde aan dat hij geen mogelijkheid heeft om een mvv aan te vragen, aangezien er in Liberia geen Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging is en reizen naar het dichtstbijzijnde land, Ivoorkust, onredelijk is vanwege een negatief reisadvies.
De rechtbank oordeelde dat de wijziging van de definitie van de mvv in de Vreemdelingenwet per 1 september 2003 een wijziging van het recht ten nadele van eiser betekende. Volgens artikel 3.103 Vb moet het besluit worden getoetst aan het recht dat gold ten tijde van de aanvraag, dat gunstiger is voor eiser. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet van toepassing zou zijn.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor uitzetting van eiser werd verboden totdat op het bezwaar was beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd met toepassing van de hardheidsclausule.