ECLI:NL:RBSGR:2005:AT6860
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit huursubsidieterugvordering wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering
Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van de Minister van Volkshuisvesting waarin werd vastgesteld dat zij te veel huursubsidie had ontvangen in de periode van 1 juli 1993 tot 1 juli 1996. Verweerder ging uit van samenwoning met haar voormalige echtgenoot op een adres te [woonplaats], hetgeen eiseres betwistte. Daarnaast stelde eiseres dat zij mocht vertrouwen op eerdere besluitvorming, waardoor zij geen rechtsmiddel had aangewend tegen het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onbevoegd was genomen omdat de mandaatregeling onrechtmatig was. Daarnaast was de motivering onvoldoende, mede omdat verweerder zich baseerde op gegevens die eerder waren verworpen en niet alle relevante stukken kon overleggen. De rechtbank stelde vast dat de vraag over samenwoning reeds in eerdere procedures was behandeld en dat verweerder te lichtvaardig had geconcludeerd dat samenwoning had plaatsgevonden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het beroep werd gegrond verklaard, de proceskosten werden aan verweerder opgelegd en het betaalde griffierecht werd aan eiseres vergoed. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van huursubsidie wordt vernietigd wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering.