ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7105
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Terugvordering ten onrechte verleende bijstand wegens gezamenlijke huishouding ex-echtgenoten
Eiser en zijn ex-echtgenote ontvingen beiden bijstandsuitkeringen. Na hun formele scheiding bleef onduidelijkheid bestaan over hun woonsituatie. Verweerder stelde vast dat zij een gezamenlijke huishouding voerden, terwijl de bijstand aan de ex-echtgenote werd toegekend op basis van een alleenstaande norm.
Verweerder vorderde daarom de ten onrechte verleende bijstand terug van zowel de ex-echtgenote als van eiser. Eiser betwistte de gezamenlijke huishouding en stelde dat hij zijn hoofdverblijf in Egypte had, slechts kort in Nederland verbleef en niet verantwoordelijk was voor de uitkeringsfraude.
De rechtbank stelde vast dat eiser merendeels in Nederland verbleef, geregistreerd stond op het adres van de woning en dat de ex-echtgenote haar inlichtingenplicht had geschonden door de gezamenlijke huishouding te verzwijgen. De bijstand had als gezinsbijstand moeten worden verleend.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de terugvordering van de ten onrechte verleende bijstand mede van eiser terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de terugvordering van de ten onrechte verleende bijstand mede van eiser terecht is wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.