ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7115
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging bij herziening bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving een bijstandsuitkering die later werd beëindigd en herzien vanwege het niet melden van haar juiste woonsituatie, waarbij verweerder stelde dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot op hetzelfde adres. De rechtbank stelde vast dat eiseres haar hoofdverblijf had op het adres van haar ex-echtgenoot en dat zij de inlichtingenplicht had geschonden, wat leidde tot terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand.
Verweerder legde een boete van EUR 2.068,- op aan eiseres op grond van artikel 14a van de Algemene bijstandswet (Abw). De rechtbank overwoog echter dat sinds de invoering van de Wet werk en bijstand (WWB) per 1 januari 2004 de boeteoplegging niet langer mogelijk is en dat de nieuwe Maatregelenverordening lagere sancties kent. De opgelegde boete was hoger dan de maximale maatregel onder de WWB, waardoor de boete in strijd was met artikel 15 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betreft, vernietigde het besluit tot handhaving van de boete en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen conform de nieuwe regelgeving. De beroepen tegen de beëindiging, herziening en terugvordering van de bijstand werden ongegrond verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De boeteoplegging wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, terwijl de herziening en terugvordering van de bijstand worden gehandhaafd.