ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7135
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstandsuitkering op datum melding na afwijzing WW-aanvraag
Eiser heeft na ontslag op staande voet op 5 oktober 2002 op 17 januari 2003 een WW-uitkering aangevraagd, die op 5 maart 2003 werd afgewezen. Vervolgens heeft eiser zich op 24 maart 2003 gemeld bij het CWI voor een bijstandsuitkering. Verweerder stelde de ingangsdatum van de bijstand op 24 maart 2003, de datum van melding voor de bijstand, en legde tevens een maatregel op waarbij de uitkering voor één maand met 100% werd verlaagd.
Eiser betoogde dat de bijstand met ingang van 17 januari 2003, de datum van de eerste melding, had moeten ingaan en voerde aan dat hij niet op de mogelijkheid was gewezen om gelijktijdig WW en bijstand aan te vragen. De rechtbank oordeelde dat uit de wet- en regelgeving geen plicht voor verweerder voortvloeit om eiser op deze mogelijkheid te wijzen en dat eiser pas op 24 maart 2003 een aanvraag voor bijstand heeft ingediend.
De rechtbank overwoog dat het beleid van verweerder, waarbij een termijn van ongeveer een week als redelijke termijn wordt beschouwd tussen afwijzing WW en aanvraag bijstand, niet onredelijk is. Nu eiser ruim twee weken na de afwijzing zijn aanvraag indiende, was het passend om de ingangsdatum op 24 maart 2003 te stellen. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de ingangsdatum van de bijstandsuitkering terecht is vastgesteld op 24 maart 2003, de datum van melding bij het CWI voor de bijstand.