ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7136
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing verblijfsvergunning aan toepasselijk openbare-ordebeleid bij wijziging Vreemdelingenwet
Eiser diende op 22 december 1998 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning bij zijn Nederlandse partner. De aanvraag werd op 2 februari 1999 buiten behandeling gesteld. Na diverse bezwaren en beroepen werd het bezwaar van 28 september 2001 uiteindelijk ongegrond verklaard. Verweerder wees de aanvraag af vanwege een strafrechtelijke veroordeling die volgens hem een gevaar voor de openbare orde vormde.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bij de heroverweging van het besluit onvoldoende rekening had gehouden met het toepasselijke beleid ten tijde van het primaire besluit van 2 februari 1999. Het strafbare feit waarop verweerder zich baseerde was namelijk gepleegd ná het primaire besluit en de taakstraf die werd opgelegd stond niet in het destijds geldende beleid als grond voor weigering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bestreden besluit niet met inachtneming van eerdere uitspraken had genomen en dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van het toepasselijke openbare-ordebeleid.