ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7373
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring visumaanvraag wegens persoonlijke verschijning
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, diende op 19 juni 2003 via zijn gemachtigde een visumaanvraag voor kort verblijf in Nederland in bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Rabat. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag niet ontvankelijk, omdat de aanvraag volgens verweerder niet persoonlijk was ingediend, zoals vereist door de Gemeenschappelijke Visuminstructie (GVI).
De rechtbank overwoog dat de GVI niet voorschrijft dat een visumaanvraag uitsluitend door de vreemdeling zelf en ter plekke bij de diplomatieke of consulaire post moet worden ingediend. Conform artikel 2:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een aanvraag ook schriftelijk door een gemachtigde worden ingediend. Indien de aanvraag onvolledig is, dient verweerder de aanvrager een hersteltermijn te bieden op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
De rechtbank verwierp de stelling van verweerder dat de GVI artikel 4:5 Awb Pro buiten werking stelt. De GVI bevat voorwaarden waaraan een visumaanvraag moet voldoen, maar verplicht bestuursorganen niet om onvolledige aanvragen niet te laten aanvullen. Omdat verweerder geen hersteltermijn heeft geboden en ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, werd het beroep gegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en verplicht binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd; verweerder moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen.