ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8392
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I. Blok-Bitter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens niet-naleving proeftijd en opzegtermijn AMAR
Eiseres, een militair met officiersrang, werd tijdens haar proeftijd voorgedragen voor ontslag. De voordracht door de Staatssecretaris vond echter pas na het einde van de proeftijd plaats, terwijl de kennisgeving aan eiseres eerder tijdens de proeftijd werd gedaan. De rechtbank oordeelt dat het ontslagbesluit niet tijdens de proeftijd is genomen en dat de toepassing van artikel 39, zevende lid, van het AMAR onterecht is.
Daarnaast is de wettelijke opzegtermijn van één maand, zoals voorgeschreven in artikel 47, derde lid, AMAR, niet nageleefd omdat het ontslag met ingang van 5 december 2002 werd verleend terwijl de opzegtermijn pas op 8 november 2002 begon te lopen. Dit leidt tot vernietiging van het besluit.
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen het ontslagbesluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank stelt vast dat het bezwaar niet-ontvankelijk was tegen de voorbereidende brief, maar gegrond tegen het uiteindelijke Koninklijk Besluit. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de wettelijke bepalingen en veroordeelt het Ministerie van Defensie tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens strijd met de opzegtermijn en onjuiste toepassing van artikel 39, zevende lid, AMAR.