ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8595
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E.B. de Vries- van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning onbepaalde tijd wegens niet direct voorafgaand rechtmatig verblijf
Eiser, van Egyptische nationaliteit, was van 31 juli 1992 tot 16 juli 2000 in het bezit van een verblijfsvergunning voor studie. Zijn aanvraag tot verlenging van deze vergunning werd afgewezen, waarna hij een aanvraag indiende voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van artikel 21 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw), stellende dat eiser niet direct voorafgaand aan de aanvraag vijf aaneengesloten jaren rechtmatig in Nederland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat verweerder artikel 21 Vw Pro onjuist had toegepast, omdat eiser wel vijf jaren rechtmatig verblijf had, maar niet direct voorafgaand aan de aanvraag. De beleidsregel in paragraaf B1/3.2.1 Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) bevatte deze voorwaarde niet en kon daarom geen grond zijn voor afwijzing. Tevens stelde eiser dat hij door een fout van verweerder niet tijdig rechtsmiddelen kon aanwenden tegen het eerdere besluit tot afwijzing van verlenging.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.