ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8606
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terugkeervisum wegens onbevoegd besluit en geen rechtmatig verblijf
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, vroeg op 7 april 2005 een terugkeervisum aan om zijn zieke moeder in Turkije te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek op 18 april 2005 af. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens bij de rechtbank een voorlopige voorziening om het visum alsnog te verkrijgen.
De voorzieningenrechter constateerde dat volgens het Vreemdelingenbesluit 2000 en de beleidsregels de bevoegdheid tot het afgeven van terugkeervisa bij de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie ligt, terwijl de Minister van Buitenlandse Zaken het besluit nam, waardoor het besluit onbevoegd is genomen. Dit was echter onvoldoende reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Verder bleek dat verzoeker geen rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, onder f, g of h, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier was afgewezen en het beroep tegen die afwijzing de uitzetting niet opschortte. De rechtbank oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het terugkeervisum alsnog zou worden toegekend en dat de belangenafweging geen aanleiding gaf tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot verstrekking van een terugkeervisum wordt afgewezen.