ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8638
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Edgar
- E.M.M. Engbers
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Afghanistan
Eisers, allen van Afghaanse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning aan op asielgronden. Verweerder wees deze aanvragen af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser sub 1 hoge functies bekleedde bij de Sarandoy en daarmee persoonlijk en bewust betrokken zou zijn geweest bij ernstige mensenrechtenschendingen.
De rechtbank overwoog dat de beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser sub 1 tot de verantwoordelijkheid van verweerder behoort, en dat er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat eiser sub 1 persoonlijk heeft deelgenomen aan misdrijven. Hierdoor is artikel 1F terecht toegepast.
Echter, de rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende is ingegaan op de vraag of eisers bij terugkeer een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, mede gelet op hun associatie met het communistische regime en de situatie van ex-communisten in Afghanistan. De bestreden besluiten zijn daarom niet deugdelijk gemotiveerd.
De beroepen van eisers worden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen wegens onvoldoende motivering omtrent het risico op een schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer.