ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking beroep en kennisgeving vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Eiser, een Iraanse vreemdeling, werd op 7 maart 2005 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Tegen deze maatregel werd op 12 maart 2005 beroep ingesteld, maar dit beroep werd op 25 maart 2005 ingetrokken door de gemachtigde van eiser. Eiser stelde dat de intrekking de verplichting van verweerder om de rechtbank in kennis te stellen van de maatregel niet wegneemt, en dat het achterwege laten van die kennisgeving de maatregel onrechtmatig maakt.
De rechtbank overweegt dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is op de procesrechtelijke toetsing van de maatregel en dat op grond van artikel 6:21 Awb Pro een eerste beroep kan worden ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat verweerder na intrekking van het eerste beroep in beginsel niet alsnog de rechtbank hoeft in kennis te stellen van de oplegging van de maatregel, tenzij het achterwege laten van die kennisgeving leidt tot een evidente schending van de beginselen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen.
In dit geval is het beroep welbewust ingetrokken door een advocaat, waardoor de intrekking gerespecteerd moet worden. Er is geen sprake van een uitzondering die een kennisgeving vereist. De rechtbank acht ook de voortduring van de maatregel en de wijze van tenuitvoerlegging redelijk en niet in strijd met de wet. De psychische klachten van eiser worden onvoldoende geacht om detentieongeschiktheid aan te nemen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.