ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9377

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
30 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 04/4144 WET
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:10 AwbArt. 7:13 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet tijdig beslissen op bezwaar en oplegging termijn voor beslissing

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op hun bezwaar tegen een besluit van 29 januari 2004. Het bezwaar werd op 26 februari 2004 ontvangen, waarna de beslistermijn van zes weken, dan wel tien weken bij commissie, is verstreken zonder dat verweerder een besluit nam.

Verweerder gaf aan dat de complexiteit van de zaak, vanwege restauratie en herstel van brand- en waterschade door blikseminslag, de afhandeling vertraagde. Een hoorzitting was gepland en een advies van de Commissie voor de bezwaarschriften werd verwacht. Desondanks was er nog geen beslissing genomen op het moment van het beroep.

De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen op bezwaar gelijkstaat aan een besluit dat vernietigd kan worden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig beslissen en stelt een termijn van 4 weken vast waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen. Er wordt geen dwangsom opgelegd, maar eisers kunnen opnieuw naar de rechtbank stappen als verweerder niet binnen de termijn beslist.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder krijgt een termijn van 4 weken om alsnog te beslissen op het bezwaar.

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
tweede afdeling, enkelvoudige kamer
Reg.nr. AWB 04/4144 WET
UITSPRAAK
als bedoeld in artikel 8:54
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitspraak in het geding tussen
[eiser 1] en [eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], eisers,
en
de Rijksdienst voor Monumentenzorg, Afd. Jur. Zaken, verweerder.
Ontstaan en loop van het geding
Bij brief van 24 september 2004, ingekomen bij de rechtbank op
27 september 2004, hebben eisers beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing door verweerder op hun bezwaar van 24 februari 2004.
Bij brief van 30 september 2004 heeft de rechtbank verweerder verzocht om aan te geven of het juist is dat de termijn waarbinnen een beslissing op bezwaar dient te worden genomen is overschreden.
Bij brief van 15 oktober 2004 heeft verweerder hierop gereageerd.
Motivering
Ingevolge artikel 7:10, eerste lid, van de Awb wordt beslist binnen zes weken of, indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is Pro ingesteld, binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van wettelijke voorschriften over beroep met een besluit gelijkgesteld. Een beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.
Het bezwaarschrift tegen het besluit van 29 januari 2004 is bij verweerder op 26 februari 2004 ontvangen.
Toen eisers beroep instelden tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaar was de beslistermijn, waarvan niet is gebleken dat deze is verlengd met toepassing van artikel 7:10, derde of vierde lid, van de Awb, verstreken. Eisers mochten dus een beroepschrift, gericht tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar, indienen.
In zijn brief van 15 oktober 2004 deelt verweerder onder andere mee dat op het bezwaarschrift van eisers nog niet is beslist. In de onderhavige zaak hebben eisers telefonisch bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (hierna RDMZ) op een spoedige afhandeling van het bezwaarschrift aangedrongen. Daarbij is door de RDMZ aangegeven dat de complexiteit van de zaak de afhandeling vertraagt. Reden hiervoor is dat de uitgevoerde werkzaamheden enerzijds restauratie betroffen en anderzijds herstel van brand- en waterschade ten gevolge van blikseminslag.
Het voornemen is dat er een hoorzitting op 23 november 2004 zal plaatsvinden. Vervolgens zal de Commissie voor de bezwaarschriften verweerder adviseren inzake de beslissing op het bezwaarschrift.
Eind 2004/begin 2005 zal verweerder een beslissing op bezwaar nemen.
Hetgeen verweerder aanvoert doet er niet aan af dat de beslistermijn inmiddels is overschreden, en dat er ook thans nog steeds geen besluit op bezwaar is. Het beroep is daarom kennelijk gegrond. Het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op bezwaar dient te worden vernietigd. De rechtbank zal een termijn van 4 weken bepalen waarbinnen verweerder alsnog dient te beslissen op het bezwaar.
De rechtbank ziet geen aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid te bepalen dat verweerder een dwangsom verbeurt indien hij niet binnen genoemde 4 weken beslist, maar indien ook dan nog geen besluit is genomen en bekendgemaakt aan eisers kunnen zij zich opnieuw tot de rechtbank wenden met een verzoek dat alsnog te doen.
Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de rechtbank niet gebleken.
Beslissing
De Rechtbank 's-Gravenhage
RECHT DOENDE:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op het bezwaar;
draagt verweerder op binnen 4 weken na verzending van deze uitspraak te beslissen op het bezwaar van eiseres;
bepaalt dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg het door eisers betaalde griffierecht, te weten € 136--, vergoedt;
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.
Aldus gegeven door mr. C.J. Waterbolk en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2005 in tegenwoordigheid van de griffier P. den Heijer-Keus.