ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9981
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens oneigenlijk gebruik maatregel
Eiser, een Iraanse vreemdeling zonder geldig identiteitsdocument, werd op 30 juni 2005 in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij niet aan zijn vertrektermijn had voldaan en Nederland niet zelfstandig had verlaten. Verweerder stelde dat er sprake was van vrees voor onttrekking aan uitzetting, maar erkende dat gedwongen terugkeer naar Iran niet aan de orde was.
De rechtbank beoordeelde de procedure en de wettelijke grondslag van de bewaring en oordeelde dat deze formeel juist waren. Echter, de rechtbank stelde vast dat de bewaring uitsluitend werd ingezet om eiser te bewegen vrijwillig te vertrekken, terwijl uitzetting naar Iran niet mogelijk was vanwege medewerking van de Iraanse autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat het gebruik van de maatregel in deze situatie oneigenlijk was en in strijd met de Vreemdelingenwet 2000. Daarom werd de bewaring onrechtmatig verklaard, het beroep gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €910 toegekend voor de periode van dertien dagen in bewaring. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring opgeheven en een schadevergoeding van €910 toegekend.