ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0051
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens schending 'speedy trial' artikel 5 lid 4 EVRM
Eiser is op 23 mei 2005 in bewaring gesteld en heeft op 23 juni 2005 beroep ingesteld tegen het voortduren van deze vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank toetst ambtshalve of de beoordeling van het beroep voldoet aan het vereiste van een 'speedy' beslissing zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, EVRM.
De rechtbank constateert dat tussen het instellen van het beroep en de uitspraak 27 dagen zijn verstreken, waarbij organisatorische aspecten en de geringe complexiteit van de zaak in aanmerking worden genomen. De rechtbank verwijst naar relevante jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin termijnen van 17 en 23 dagen als te lang zijn beoordeeld.
Gezien deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat niet is voldaan aan de vereiste van een spoedige beoordeling. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, de bewaring opgeheven met ingang van 20 juli 2005, en worden de proceskosten ten laste van de Staat gebracht. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de maatregel tot die datum niet onrechtmatig werd geacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt per 20 juli 2005 opgeheven.