ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0283
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H. Machiels
- B.W.P.M. Corbeij-Smits
- J.M.E. Derks
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijfsvergunning medische behandeling en beoordelingsvrijheid
Eiser, een burger van de Federale Republiek Joegoslavië, verzocht om een verblijfsvergunning voor medische behandeling in Nederland. Verweerder weigerde deze vergunning omdat Nederland niet het meest aangewezen land zou zijn voor de noodzakelijke medische behandeling, gebaseerd op adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA).
Eiser betwistte dat behandeling in het land van herkomst mogelijk is, onder meer vanwege lange wachtlijsten en beperkte toegankelijkheid. De rechtbank oordeelde dat de feitelijke toegankelijkheid in het land van herkomst niet tot de beleidscriteria behoort en dat verweerder het beleid correct heeft toegepast. Echter, verweerder heeft nagelaten de inherente afwijkingsbevoegdheid (artikel 4:84 Awb Pro) toe te passen op de door eiser aangevoerde omstandigheden in zijn 14/1-brief.
De rechtbank stelde vast dat verweerder beoordelingsvrijheid heeft, maar dat deze moet worden uitgeoefend met inachtneming van de beleidsregels en dat bijzondere omstandigheden kunnen leiden tot afwijking van het beleid. Omdat verweerder dit niet heeft gedaan en het besluit onvoldoende gemotiveerd is, vernietigt de rechtbank het besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning voor medische behandeling wordt vernietigd.