ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0782
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek tot echtscheiding en nevenvoorzieningen bij parallelle procedures in Nederland en Zwitserland
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een geschil tussen echtgenoten waarbij sprake was van parallelle echtscheidingsprocedures in Nederland en Zwitserland. De man had zijn verzoek tot echtscheiding in Nederland ingetrokken vanwege een gewijzigde wettelijke regeling in Zwitserland en de verwachting dat de Zwitserse procedure sneller zou verlopen. De vrouw diende vervolgens een zelfstandig verzoek tot echtscheiding in met nevenvoorzieningen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de vrouw als nieuw verzoek moet worden beschouwd en dat de man in beginsel bevoegd was zijn verzoek in te trekken. De voorlopige voorzieningen die eerder waren vastgesteld, verloren hun kracht doordat het nieuwe verzoek niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na intrekking werd ingediend.
Verder werd overwogen dat de rechtbank de behandeling van het verzoek van de vrouw kan schorsen vanwege de parallelle procedure in Zwitserland, maar daartoe niet verplicht is. De vrouw werd uitgenodigd zich uit te laten over haar voorkeur voor de bevoegde rechter. De rechtbank stelde de zaak pro forma aan en hield verdere beslissingen aan, waarbij ook de rechtsmacht ten aanzien van nevenvoorzieningen en gezagskwesties werd besproken.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw om te bepalen dat de man niet bevoegd was het verzoek tot echtscheiding in te trekken, wordt afgewezen en de behandeling wordt pro forma aangehouden.