ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1028
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling na grensdetentie en wijziging grondslag
De vreemdeling werd op 11 mei 2005 de toegang tot Nederland geweigerd en direct een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel en tegen een daaropvolgende maatregel van bewaring ex artikel 59 Vw Pro. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vw Pro van aanvang af onrechtmatig was, omdat de vreemdeling zich nog rechtmatig in het Schengengebied bevond. Daarom werd dit beroep gegrond verklaard en werd een schadevergoeding van €135 toegekend voor het verblijf in het Aanmeldcentrum Schiphol.
De maatregel van bewaring ex artikel 59 Vw Pro werd echter gegrond verklaard, omdat deze een andere grondslag heeft en gerechtvaardigd was op basis van het belang van de openbare orde. De rechtbank nam feiten mee zoals het verzet van de vreemdeling bij uitzetting in Denemarken, zijn vlucht begeleid door escorts en zijn poging tot zelfverbranding. Ook het ontbreken van identiteitsdocumenten en vaste verblijfplaats werden meegewogen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de toegang tot Nederland inmiddels was verleend. Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding voor de bewaring werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde de verweerder tot betaling van proceskosten ad €322 aan de griffier.
Uitkomst: Vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vw onrechtmatig verklaard met schadevergoeding, bewaring ex artikel 59 Vw gegrond verklaard en verzoek voorlopige voorziening afgewezen.