ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1158
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontmanteling en sloop van onderzeeboten conform Koninklijke Marine voorschriften
De Staat heeft RDM gedagvaard wegens het niet voldoen aan de verplichting tot ontmanteling en sloop van twee onderzeeboten, de Zwaardvis en de Tijgerhaai, die RDM in 1995 van de Staat had gekocht. Volgens de koopovereenkomst moesten de boten uiterlijk 31 december 2000 worden gesloopt indien ze niet waren verkocht. Na uitstel tot 31 december 2004 is de Staat overgegaan tot het vorderen van nakoming van deze verplichting.
RDM heeft betoogd dat zij niet eerder dan 1 oktober 2005 kan beginnen met de sloop en dat er onduidelijkheid bestaat over welke onderdelen gesloopt moeten worden. De Staat heeft gesteld dat de sloop moet plaatsvinden conform de voorschriften van de Koninklijke Marine en de IMO-richtlijnen, waarbij strategische onderdelen niet verkocht mogen worden. De rechtbank oordeelt dat RDM gehouden is tot sloop overeenkomstig deze voorschriften en dat haar bezwaren tegen de wijze van sloop niet gegrond zijn.
De rechtbank acht het spoedeisend belang van de Staat voldoende bewezen, mede gezien de onbetaalde facturen en het risico dat de boten in handen van derden kunnen vallen. Daarom wordt RDM veroordeeld om uiterlijk 1 oktober 2005 te beginnen met de ontmanteling en sloop, met een dwangsom van €100.000 per dag bij niet-naleving, tot een maximum van €25.000.000. Tevens moet RDM toestaan dat de boten uiterlijk 1 november 2005 met toestemming van de curator worden teruggebracht naar Nederland. De kosten van het geding worden aan RDM opgelegd.
Uitkomst: RDM wordt veroordeeld tot aanvang ontmanteling en sloop uiterlijk 1 oktober 2005 met dwangsom bij niet-naleving.