De rechtbank overweegt hierbij het volgende.
Uit de verklaringen van verdachte en de medeverdachten [Y.A.A.], [M. S.], [W. A.A.] en [H. H.], blijkt dat zij op 2 februari 2005 gezamenlijk naar het casino te Scheveningen zijn gereden met de auto van de moeder van medeverdachte [W. A.A.]. Omstreeks 19.30 uur heeft verdachte het casino betreden. Iets na 20.00 uur is de auto het parkeerterrein in de nabijheid van het casino opgereden. Verdachte heeft zich daarna weer bij de overigen gevoegd. Uit de afgelegde verklaringen en de inhoud van het dossier is voorts komen vast te staan dat [W. A.A.] en [H. H.] vervolgens het casino zijn binnengegaan. Enige tijd later hebben [Y.A.A.] en [M. S.] het casino betreden. [Y.A.A.] en [M. S.] hebben daar toen vervolgens de in het casino aanwezige werknemer, [werknemer], overvallen en beroofd. Verdachte is bij de geparkeerde auto achtergebleven.
Van eventuele betrokkenheid van verdachte zou in beginsel kunnen blijken uit de door [Y.A.A.] ten overstaan van de politie en de rechter-commissaris als verdachte afgelegde verklaringen. Nadien is [Y.A.A.] evenwel, gehoord als getuige door de rechter-commissaris, gemotiveerd teruggekomen op zijn als verdachte afgelegde verklaringen, voor zover daarin door hem belastend was verklaard over verdachte. Ter zitting als getuige gehoord heeft [Y.A.A.] zijn getuigenverklaring, zoals afgelegd voor de rechter-commissaris, bevestigd.
De aanvankelijk door [Y.A.A.] als verdachte afgelegde verklaring acht de rechtbank onvoldoende overtuigend om te komen tot een bewezenverklaring van het medeplegen door verdachte van de gepleegde overval.
Ook de overige afgelegde verklaringen of anderszins vastgestelde omstandigheden geven onvoldoende grond te komen tot het oordeel dat verdachte in strafrechtelijk relevante zin is betrokken bij de overval op het casino.
Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende komen vast te staan dat de verdachte wetenschap had van de overval of van het voornemen daartoe bij anderen. Dat verdachte het vermoeden had dat er een overval zou worden gepleegd, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat verdachte ook de wetenschap had dat de overval daadwerkelijk die avond van 02 februari 2005 zou worden uitgevoerd.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet komen vast te staan dat hij informatie omtrent de beveiliging en het casino heeft doorgegeven. [M. S.] en [W. A.A.] verklaren slechts met verdachte gesproken te hebben vanuit interesse in zijn werkzaamheden en verdachte zelf verklaart geen vragen te hebben beantwoord vanaf het moment dat hij dacht dat het mogelijk om een overval zou gaan.
Voorts is niet komen vast te staan dat hij een sleutel van een deur van het casino in zijn bezit zou hebben gehad, terwijl ook niet is gebleken dat hij heeft gewacht op bericht van deelnemers aan de overval en de vluchtauto heeft bestuurd.