ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1289

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
15 augustus 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
09/900111-05
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Wijnnobel - van Erp
  • Hoek
  • Ju
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14d SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor gewelddadige overval op casino met bedreiging vuurwapen

De rechtbank 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor een gewelddadige overval op een casino, gepleegd in samenwerking met een ander. Tijdens de overval gebruikte verdachte geweld en bedreigde hij een medewerker met een vuurwapen of een daaraan gelijkend voorwerp, waarna een geldbedrag uit de kassa en kluis werd weggenomen. De medewerker liep hierbij een lichte verwonding op.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte schuldig is aan diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door twee verenigde personen. Hoewel er aanwijzingen waren dat verdachte beschikte over specifieke informatie van het casino, was onvoldoende vastgesteld dat sprake was van een voorbereide overval. De rechtbank nam ook kennis van een reclasseringsrapport waarin werd geconcludeerd dat toezicht noodzakelijk is vanwege recidivegevaar.

Op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder eerdere veroordelingen, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden omtrent reclassering. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. Verdachte is vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden voor reclassering.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE KAMER
(VERKORT VONNIS)
parketnummer 09/900111-05
rolnummer 0004
's-Gravenhage, 15 augustus 2005
De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[Y. A.A.],
geboren te [geboorteplaats] (Djibouti) op [geboortedatum],
adres: [adres],
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Noordsingel" te Rotterdam.
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 01 augustus 2005.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr M. Kalle, advocaat te Goes, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr Kamps heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact.
De telastlegging.
Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.
De bewijsmiddelen.
P.M.
De bewezenverklaring.
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.
Strafmotivering.
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft, in samenwerking met een ander, een casino overvallen. Hij heeft met geweld en onder bedreiging van een vuurwapen, dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ten aanzien van een van de medewerkers van het casino een aan het casino toebehorend geldbedrag uit de kassa en de kluis weggenomen. Deze medewerker is hierdoor licht gewond geraakt.
Zulke berovingen veroorzaken bij de slachtoffers daarvan veelal gevoelens van onveiligheid en brengen in de samenleving grote onrust teweeg. Voorts leert de ervaring dat slachtoffers van dergelijke overvallen veelal een langdurige en ernstige psychische nasleep van het gebeurde ondervinden. Verdachte is aan deze gevolgen volledig voorbij gegaan en heeft alleen oog gehad voor eigen (financieel) gewin.
Op dit bijzonder ernstige feit dient te worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank zal echter een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de officier gevorderd; hoewel er aanwijzingen zijn dat verdachte over specifieke informatie van het casino beschikte, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat er sprake is geweest van een voorbereide overval.
De rechtbank heeft kennis genomen van het op 07 juli 2005 omtrent verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport opgemaakt en ondertekend door E.E. Pols, reclasseringsmedewerker.
De rapporteur komt in het rapport tot de conclusie dat er gevaar bestaat dat verdachte, zonder hulp en steun, zal recidiveren en acht toezicht van de reclassering noodzakelijk.
De rechtbank neemt voormelde conclusie en advies over en maakt die tot de hare.
De rechtbank heeft voorts in haar oordeel betrokken het verdachte betreffend Uittreksel Justitieel Documentatieregister d.d. 03 februari 2005 waaruit blijkt dat verdachte in 2001 is veroordeeld voor verschillende vermogensdelicten.
De toepasselijke wetsartikelen.
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 14d, 47, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing.
De rechtbank,
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan zijn mededader, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee verenigde personen
verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;
bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
in verzekering gesteld op : 03 februari 2005,
in voorlopige hechtenis gesteld op : 04 februari 2005,
bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarde:
- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht;
geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mrs Wijnnobel - van Erp, voorzitter,
Hoek en Ju, rechters,
in tegenwoordigheid van mr Van de Vrede, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 augustus 2005.