ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1486
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring bij opschorting uitzetting naar Congo
De vreemdeling, van Congolese nationaliteit en verblijvend in detentie, is op 12 april 2005 in bewaring gesteld. Na een eerdere uitspraak waarbij het eerste beroep tegen bewaring ongegrond werd verklaard, is beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming en is tevens schadevergoeding gevraagd.
De rechtbank overweegt dat ondanks een lopend onderzoek naar vertrouwelijke gegevens van uitgeprocedeerde Congolese asielzoekers, waardoor gedwongen uitzettingen naar de Democratische Republiek Congo (DRC) zijn opgeschort, het zicht op uitzetting niet is komen te ontbreken. Het onderzoeksrapport wordt in september 2005 verwacht, en de duur van de bewaring is nog niet zodanig dat het belang van de vreemdeling zwaarder weegt dan dat van de overheid.
De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en niet onredelijk is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat dit alleen kan worden toegewezen bij opheffing van de bewaring, wat niet aan de orde is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.