ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1565
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting gemeenschapsonderdaan wegens openbare orde
Verzoeker, een Italiaanse gemeenschapsonderdaan, had sinds 1982 rechtmatig in Nederland verbleven en was werkzaam als werknemer. Verweerder had bij beschikking van 27 mei 2003 de aanvraag van verzoeker voor een EU-document afgewezen en hem ongewenst verklaard wegens een vermeende actuele bedreiging van de openbare orde. Verzoeker betwistte dit en stelde dat zijn verblijf niet van rechtswege was vervallen en dat de verblijfsbeëindiging in strijd was met het gemeenschapsrecht en nationale regelgeving, met name de glijdende schaal van artikel 3.86 Vreemdelingenbesluit 2000.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het rechtmatig verblijf van verzoeker niet automatisch verviel door een inbreuk op de openbare orde en dat een besluit van verweerder vereist is voor verblijfsbeëindiging. Verweerder mocht het openbare orde-criterium van de coördinatierichtlijn (EG) 64/221 toepassen, maar de toepassing van de nationale glijdende schaal was gunstiger voor verzoeker gezien zijn verblijfsduur van meer dan 15 jaar en de strafmaat van 60 maanden, die onder de norm van 96 maanden bleef.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de verblijfsbeëindiging niet achterwege bleef en dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij uitzetting werd verboden tot vier weken na uitspraak in het beroep. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na uitspraak in het beroep.