ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1569
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening continuering opvang bij medische noodsituatie vreemdelingen
Verzoeksters, twee Russische vreemdelingen verblijvend in AZC Mariënheem, verzochten om voortzetting van opvang vanwege een medische noodsituatie. De COA weigerde dit omdat de IND zich nog niet had uitgelaten over het verzoek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De voorzieningenrechter constateerde dat volgens verweerder de opvang feitelijk beëindigd kon zijn terwijl de IND nog geen advies had gegeven, ook in medische noodsituaties. De rechter verwierp dit standpunt en oordeelde dat het COA niet alleen bevoegd was om te beslissen, maar ook gehouden was tot een inhoudelijke beoordeling, inclusief belangenafweging, mede omdat het verzoek gemotiveerd was met medische stukken.
De rechter stelde vast dat het beroep van verzoeksters een redelijke kans van slagen had en dat hun belangen bij voortzetting zwaarder wogen dan die van verweerder bij beëindiging. Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de verstrekkingen niet worden beëindigd tot vier weken na beslissing op het beroep. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalde dat de opvang van verzoeksters vanwege medische noodzaak voorlopig moet worden voortgezet tot vier weken na uitspraak op het beroep.