ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1894
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Armenië wegens mogelijke schending artikel 3 EVRM
Verzoekster, van etnische Azeri afkomst, vecht haar uitzetting naar Armenië aan op grond van intimidatie en bedreiging door een Armeense delegatie tijdens een presentatie in het uitzetcentrum. Zij stelt dat de Armeense autoriteiten beschikten over haar asieldossier, wat zij als bedreigend ervaart.
Hoewel verzoekster op dit moment geen voldoende objectief bewijs heeft geleverd voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro, erkent de voorzieningenrechter dat het bezwaar niet kansloos is. VluchtelingenWerk Nederland heeft aangegeven dat de situatie van verzoekster niet op zichzelf staat, en het ambtsbericht van 21 juli 2004 vermeldt onzekerheden over de veiligheid van terugkerende etnisch Azeri’s in Armenië.
De rechtbank oordeelt dat het belang van verzoekster om het bezwaar tegen de uitzetting af te wachten zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij onmiddellijke uitzetting. Daarom wordt de uitzetting geschorst en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de uitzetting van verzoekster en haar kinderen naar Armenië en beveelt vergoeding van proceskosten.