ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1921
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel en toezichtmaatregel vreemdeling
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een vreemdeling van Burundese nationaliteit tegen de oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 56 Vreemdelingenwet Pro 2000 en een maatregel van toezicht ex artikel 54 Vw Pro 2000. De maatregelen werden opgelegd omdat de vreemdeling niet had voldaan aan de rechtsplicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten.
De Minister had het beleid uiteengezet gericht op terugkeer van langdurig verblijvende asielzoekers die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Dit beleid voorziet in intensieve terugkeerfacilitering, waarbij vrijheidsbeperking kan worden toegepast om beschikbaarheid te waarborgen en vertrek te bevorderen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot vrijheidsbeperking en toezicht in het belang van de openbare orde gerechtvaardigd is. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de maatregelen punitief zijn opgelegd. Ook werd overwogen dat de vreemdeling niet over geldige documenten of een vaste verblijfplaats beschikt. Verder werd bevestigd dat de vreemdeling niet naar Burundi zal worden uitgezet vanwege categoriale bescherming, maar dat verblijf op asielgronden een aparte aanvraag vereist die reeds was afgewezen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel en maatregel van toezicht wordt ongegrond verklaard.