ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2021
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende uitzettingsinspanningen en toekenning schadevergoeding
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, verbleef ruim acht maanden in vreemdelingenbewaring. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en vorderde tevens schadevergoeding. De rechtbank onderzocht of het voortduren van de bewaring sinds de sluiting van het onderzoek op 8 juli 2005 rechtmatig was.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende relevante uitzettingshandelingen had verricht na 8 juli 2005. Ondanks de stelling van verweerder dat het Marokkaanse consulaat in augustus 2005 wegens vakantie niet bereikbaar was, bleek ambtshalve dat er wel afspraken waren gemaakt met het consulaat. Verweerder kon deze afwijkende informatie niet verklaren. Hierdoor werd het doel van de bewaring, namelijk uitzetting, niet gediend.
Gelet op de langdurige bewaring en het ontbreken van voortvarende uitzettingsinspanningen, oordeelde de rechtbank dat het voortduren van de bewaring onrechtmatig was vanaf 23 juli 2005. De rechtbank besloot de bewaring op te heffen en kende eiser een schadevergoeding toe van € 1.155,--, gematigd tot de helft wegens bijzondere omstandigheden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 322,--.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende uitzettingsinspanningen en eiser krijgt een schadevergoeding van € 1.155,-- toegekend.