ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2793
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning voortgezet verblijf wegens onvoldoende hoorzitting en zorgvuldigheid
Eiser, een vreemdeling van Sri Lankaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) met terugwerkende kracht gekregen. Verweerder had het bezwaar tegen het niet tijdig verlenen van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf kennelijk ongegrond verklaard zonder eiser te horen.
De rechtbank overweegt dat verweerder had moeten beoordelen of eiser bij het bereiken van zijn achttiende levensjaar in aanmerking kwam voor omzetting van zijn amv-verblijfsvergunning in een verblijfsvergunning voortgezet verblijf op grond van artikel 3.52 Vb 2000. Daarbij had verweerder eiser moeten horen en de bijzondere individuele omstandigheden moeten onderzoeken.
Omdat verweerder dit naliet en het bezwaar zonder nadere toetsing als kennelijk ongegrond bestempelde, is sprake van strijd met de zorgvuldigheidsnorm en de hoorplicht uit de Awb. Dit leidde ertoe dat eiser feitelijk niet in staat was tijdig een aanvraag voortgezet verblijf te doen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die het griffierecht aan eiser moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 3 februari 2005 wordt vernietigd wegens schending van hoorplicht en zorgvuldigheid.